Onderwijsdag Avans

Hier vind je de integrale lezing ‘Conservatief in de Cloud’ van Michael Doove, gepresenteerd op de Onderwijsdag 2014 van Avans Hogeschool. Aarzel vooral niet om te reageren, te delen of te mailen. Veel leesplezier!

Het juridische werkveld heeft eeuwenlange tradities en staat niet bekend om zijn innovatieve karakter en vernieuwingsdrift. Toch willen docenten en studenten van de Juridische Hogeschool innoveren.

In deze lezing vraagt Michael Doove zich af hoe je een overwegend conservatieve en terughoudende sector met het hoofd in de cloud krijgt. En of dat wel nodig is.

Conservatief in de Cloud

Goedemiddag geïnteresseerde!

Vorige week vroeg een gewaardeerde collega mij twee keer binnen 5 minuten of ik ‘even langs kon komen’, want ‘zijn computer was weer kapot’. Het scheelt dat wij kantoortuinen hebben en de afstand dus te overzien was. “Weet jij hoe ik een link in een Powerpoint krijg?” Ik had er net vijf gemaakt, dus dat moest lukken.

1

Tien minuten later: “Michael, weet jij waarom de ruimte tussen deze regels ineens veel groter is?” Kijk even naar de regelafstand. “De wat?” Heerlijk, precies de reden waarom ik het onderwijs in ben gegaan.

Gisteren hebben onze eerstejaarsstudenten als herkansing van een Beroepsproduct voor de vakken Bestuursrecht en Argumenteren een bezwaarschrift moeten schrijven aan de hand van een fictieve casus. Naderhand werd ik bestormd door een groep studenten. “Meneer, een beroepsproduct moet toch een afspiegeling van de praktijk zijn? Wie schrijft er nou nog bezwaarschriften? Iedereen typt die dingen toch? Jullie zijn écht ouderwets hoor, meneer!” De prachtige zuidelijke tongval moet je er even bij denken.

Nog een student: “Meneer, hoe belachelijk is het dat we nog moeten schrijven? We kúnnen niet eens meer schrijven, en u moet onze spijkerschriften en hiëroglyfen ontcijferen! Bovendien kan je op je werk straks altijd alles opzoeken, en wij mogen dat nu niet. Vaag toch?” Ik kon het alleen maar beamen (zowel de hiëroglyfen als het belachelijke) en slechte excuses bedenken.

Maar het deed mij als communicatieman in hart en nieren pijn. Zijn wij inderdaad ouderwets? Doen we wel genoeg aan innovatie en vernieuwing binnen ons onderwijs? En is het nodig? Daar wil ik het de komende twintig minuten over hebben. Graag begin ik met een citaat uit het artikel ‘Rechters storten zich op techno-snufjes’ in de Volkskrant in 2001:

De rechterlijke macht heeft een stoffig imago. Bijna archaïsch is het beeld van rechters en advocaten in toga’s, die met enorme dossiermappen door de gangen van de rechtbank stappen en tijdens het proces in dikke stapels papier soms wanhopig op zoek zijn naar de exacte citaten. Het is het beeld van het heden. Maar in de zeer nabije toekomst, zo verzekert de ICT-voorhoede, flitsen ook rechters het digitale tijdperk binnen. (Volkskrant, 2001)

Echte juristen. U kent ze nog wel van vroeger. Ze gebruikten pen en papier om alles op te schrijven, waren de laatste beroepsgroep die nog een faxapparaat gebruikte om op het laatste moment een processtuk te verzenden naar de rechtbank, en als iets digitaal was printten ze het uit, want ze lazen nou eenmaal graag van papier (Van Eck, 2014).

Inmiddels zijn we dertien jaar verder. Wat blijkt? Niks ‘vroeger’ en verleden tijd. De fax is nog steeds immens populair onder advocaten. De reden? “Ik heb graag alles fysiek, met een bevestiging die ik in het dossier kan doen” (Advocatie.nl, 2013). Misschien verklaart dit ook de drang naar dikke, papieren wettenbundels bij onze studenten.

Juristen en hip – een onmogelijke combinatie?

Juristen en hip. Ik hoop dat er niet al te veel juridische collega’s aanwezig zijn, maar het klinkt als een onmogelijke combinatie. Het juridische werkveld staat immers niet bekend om zijn innovatieve karakter en vernieuwingsdrift. Loop binnen bij een doorsnee advocatenkantoor, een gemiddelde rechtbank of een doodgewoon juridisch adviesbureau, en je wordt overspoeld met mappen, stapels papier, geschreven notities en dikke boeken. Een foto van de werkplek?

2

En als een rechter dus een dag thuiswerkt, ziet dat er zo uit:

3

Ook het systeem bij ons op school is nog relatief klassiek: een boek (doorgaans twee hele dikke, de wettenbundels), thuis je huiswerk maken en op school hoorcolleges of werkcolleges, waarbij de theorie wordt uitgelegd en de opdrachten worden besproken. En bij de tentamens heel veel pennen en papieren. Als je er een zwart-witfilter overheen zet, zie je geen verschil met veertig jaar geleden. Behalve uiteraard de telefoons, laptops en tablets, die nu echter (nog_ vooral worden gebruikt voor niet-onderwijsgerelateerde zaken als Facebook, Snapchat, Whatsapp en meer modern jargon.

Ook in de rest van het gebouw ziet het er niet heel anders uit. De mediatheek? Alleen de computer van onze ICT’er staat te brommen.

4

De bureaus van mijn juridische collega’s? Nog niet helemaal 2.0:

5

Het beeldscherm is een standaard, en het toetsenbord dient als bladwijzer. Maar goed, ze zeggen niet zomaar dat een rommelig bureau het kenmerk van een genie is. Het had dan ook mijn bureau kunnen zijn, zullen mijn collegae beamen.

Misschien jammer, maar uiteindelijk komt dit beeld ook wel overeen met het werkveld. Bovendien is het lastig, omdat ik word geacht hier iets te vertellen over ontwikkelingen in het werkveld en ons onderwijs. Er is echter iets aan het veranderen.

Veranderingen in het juridisch werkveld

Volgens de wet moeten alle officiële bekendmakingen van binnenlandse overheden plaatsvinden via het Staatsblad of de Staatscourant. De gemiddelde oplage van normale kranten is de afgelopen tien jaar stevig gedaald, laat staat die van deze toch al niet al te best gelezen overheidsbladen. Daarom is er een nieuwe wet ingevoerd, de Wet Elektronische bekendmaking (WEB). Hierin is onder andere geregeld dat officiële publicaties van de gemeenten per 1 januari 2014 digitaal moeten plaatsvinden.

6

Bron: Overheid.nl

Maar het kan nog spectaculairder: halverwege maart was de eerste uitspraak van de eKantonrechter een feit (Rechtspraak, 2014). Hierbij is het mogelijk vanuit het hele land bij de rechtbanken Oost-Brabant en Rotterdam een juridische procedure digitaal te voeren. Dat wil zeggen dat stukken digitaal kunnen worden ingediend en dat de partijen het verloop van de procedure bij de eKantonrechter online kunnen volgen.

7

Bron: Rechtspraak.nl

Sinds 13 november 2013 heeft de Rechtspraak, het geheel van rechtbanken, gerechtshoven, Hoge Raad en andere rechtsprekende organen, een eigen Facebook-pagina. En op Twitter is inmiddels 48 van de 2450 rechters actief, een voorzichtig begin. Judge Joyce, in het dagelijks leven Joyce Lie, is de juridische Twitterkoningin en geeft zo een inkijkje in het leven een rechter, zorgt ook voor veel discussie over de rechtspraak en brengt de rechtspraak naar ‘het volk’. Overigens heeft nu ook een aantal officieren zich gestort op Twitter.

8

Ook bij advocatenkantoren is er het een en ander aan het veranderen. Zo zijn er enkele vooruitstrevende advocatenkantoren waarbij je inmiddels de documenten voor jouw dossier digitaal in kunt sturen en je je eigen dossier online kunt inzien.

9

Bron: Eindhoven advocaten

Een blik bij mijn gemeente Tilburg laat zien dat je tegenwoordig (net als bij de meeste andere gemeenten) digitaal bezwaar kunt indienen tegen een beslissing. En zo blijken steeds meer processen gedigitaliseerd te worden en hebben mijn studenten inderdaad een goed punt als ze vraagtekens zetten bij het schrijven van een bezwaarschrift met pen en papier.

Het belangrijkste echter is misschien nog wel de maatschappelijke verandering. De wereld is doordrenkt van de technologie, en dit leidt regelmatig tot nieuwe vragen, tot nog toe onbekende discussies en juridische hoofdpijndossiers. Hoe zit het met het downloaden van auteursrechtelijk beschermd werk? Uit de hand gelopen grapjes en bedreigingen op sociale media? Camerabeelden die op internet terechtkomen? Beveiliging van je gegevens in centrale databases zoals de OV-Chipkaart?

Genoeg voer voor juristen, en dan is het fijn als je hier ook kennis van hebt. Je moet dus middenin de maatschappij staan.

Het juridisch onderwijs – hip en happening

Maar wat betekent deze langzame maar zekere overgang naar de digitale jurist 2.0 en de digitale wereld waarin zij moeten werken en waarover zij moeten oordelen voor ons onderwijs? De eerder geschetste papieren klei waar de jurist in werkt, lijkt soms meer op drijfzand. We hebben dus niet de makkelijkste doelgroep als we streven naar vernieuwing.

Oké, dit is misschien een beetje kort door de bocht. Natuurlijk zijn ook wij bezig met onderwijsvernieuwing. We lopen misschien niet voorop, maar we doen wel degelijk verwoede pogingen. Je ziet echter een duidelijke tweedeling.

Waar een aantal collega’s nog regelmatig het smartboard laat voor wat het is en met de ouderwetse stift op het whiteboard schema’s, tabellen en andere kunstwerken tevoorschijn toveren, ben ik een consequente en fervente smartboarder.

Studenten mogen mij aanspreken via Twitter, een les niet geYouTubed is een les niets geleerd, en smartphones zijn welkom in de les. Mits lesgerelateerd moet ik erbij zeggen, anders heb ik straks boze studenten met wijzende vingertjes op mijn dak.

10

We hebben bij een eerstejaarsvak Facebook ingezet. De opdracht: zoek artikelen of advertenties met taalfouten en plaats deze op de Facebook-pagina. Maar omdat, zoals een student subtiel aangaf,  ‘Facebook echt kei-ouderwets is omdat je moeder daar ook op zit’, ben ik van plan over te gaan op Instagram.

Verder heeft mijn collega, die toevallig op dít moment bij het Docent Event van Fontys een workshop ‘social media in het onderwijs’ aan het geven is, voor het vak rapporteren een video-opname gemaakt waarin hij de basis van een juridisch onderzoeksrapport uitlegt. Het idee: studenten kunnen het op een voor hun geschikt moment vooraf bekijken en wij hoeven het in de les niet uitgebreid te behandelen maar kunnen gelijk aan de slag. Bovendien kunnen ze het later, bijvoorbeeld tijdens hun stage, eenvoudig nog eens herbekijken.

Verder zijn wij bij het vak Formuleren aan de slag gegaan met Socrative. We bieden de studenten aan het eind van de les een formatieve toets aan die ze alleen of in tweetallen op hun telefoon, tablet of laptop kunnen maken. Weten ze het antwoord niet, dan mogen ze het van mij opzoeken. Wat zijn de antwoorden, trouwens?

12

Het resultaat en de reacties zijn heel positief: door het competitie-element (je wilt toch winnen van je klasgenoten) gaan studenten fanatiek én serieus aan de slag, en als docent kun je bij de resultaten zien welke onderdelen door studenten nog als lastig worden ervaren. Hier kun je een week later dan nog op terugkomen.

13

Overigens gaan we met ingang van komend jaar ook formatieve toetsen op Blackboard plaatsen, waarbij het idee is dat deze op termijn summatief worden en een voorwaarde vormen voor het tentamen aan het eind van het blok.

Voor het vak Argumenteren II, wat neerkomt op mondeling betogen of pleiten, maken wij dankbaar gebruik van de opnames van De Rechtbank, De Rijdende Rechter, Geert Wilders en Prem bij DWDD. Zo breng je actuele thema’s en de praktijk bij jou in de les. Bovendien zijn actualiteiten, zoals ik al aangaf, vaak interessant juridisch voer voor discussie.

Inzagen of spreekuren bij mij? Niet ouderwets inschrijven via een briefje op de deur van mijn kamer. Nee, dat gaat heel eenvoudig via Slottr. En het bevalt zowel studenten als mij goed; ik heb direct een mooi, digitaal overzicht, en studenten kunnen zich vanuit huis aanmelden.

14

Daarnaast bieden wij verschillende workshops aan, waarbij ook ‘sociale media’ een van de onderwerpen is die studenten kunnen kiezen. Wat zet je online en wat niet? Hoe kun je het beste met LinkedIn omgaan? Waarom moet je vóórdat je stage begint al een LinkedIn-profiel hebben?

Verder proberen wij in contact te komen met onze studenten en ze te informeren via ‘het web’, dus los van de lessen. Zo hebben we voor alle minors video’s gemaakt waarin studenten en docenten uitleggen wat de minor inhoudt.

Bovendien hebben we een actieve Facebook-community en een aantal studentbloggers en een medewerker (ik dus) die blogt over het reilen en zeilen binnen de gebouwen van de Juridische Hogeschool. Ook studenten zelf blijken betrokken, bijvoorbeeld als het gaat om ‘JHS be like’. En waarom zou je daar zelf geen slaatje uit slaan?

15

Mijn motivatie voor al deze veranderingen is tweeledig; enerzijds kan het gebruik van nieuwe technieken een belangrijke bijdrage leveren aan het leerproces. Anderzijds is het gebruik van technologie, erover praten en ermee oefenen goed voor de ‘mediawijsheid’ van studenten, zowel bij het eigen gedrag als bij het gedrag van de maatschappij.

Mijn volgende doel? Studenten niet in tentamensetting maar mét laptop een bezwaarschrift laten schrijven. Onder tijdsdruk informatie op internet zoeken, je brief typen en goed controleren lijkt mij realistischer én relevanter dan ‘briefconventies’ uit je hoofd leren en met pen en papier je brief schrijven.

Innovatiekracht: de strijd tegen de bezwaren

Toch is er logischerwijs ook veel weerstand, zowel in het werkveld als op school. Juristen moeten afstand houden tot het publiek, want anders kunnen ze hun gezag en respect wel vergeten.  Het klinkt goed om ‘midden in de maatschappij’ te staan, maar is dat ook verstandig? Bovendien, waarom zou je een werkend systeem gaan aanpassen. Het kost veel geld, terwijl het nog maar de vraag is of die verandering ook tot verbetering leidt.

Binnen het onderwijs hoor je eigenlijk hetzelfde:  het gaat toch prima zo? Ook zou het ‘veel tijd kosten om alles te gaan veranderen’. En die tijd is er vaak nauwelijks. Toch is dat laatste geen heel sterk argument. Je hoeft het wiel namelijk niet opnieuw uit te vinden, als er al gigantisch veel materiaal beschikbaar is. Delen is het nieuwe hebben, zeggen ze niet voor niets (Wouters, 2012).

Taal, wat mij betreft het belangrijkste onderwerp binnen onze HBO-Rechtenopleiding, kun je eenvoudig oefenen op sites als Cambiumned, spellingjuf.nl en natuurlijk gewoon de pagina’s van het Genootschap Onze Taal en woordenlijst.org. Op YouTube vind je verder over elk denkbaar onderwerp een video(college), gemaakt door andere opleidingen, docenten, studenten en soms ook het bedrijfsleven. Waarom in de krappe tijd die beschikbaar is zelf ‘basiselementen’ uitleggen, als de hulp ook online te vinden is?

Omdat ‘grotere ICT-projecten’ voor een zelfstandige opleiding vaak onhaalbaar zijn (zowel qua tijd als middelen en financiën), hebben bijna alle juridische wo- en hbo-opleidingen zich verenigd in de stichting Rechten Online, met als doel een bijdrage leveren aan het afleveren van academisch gevormde juristen die meer ICT-competent zijn dan nu het geval is. Uitgangspunt van het project is dat een rijke digitale leeromgeving de beste manier is om juridische studenten meer ICT-bewust en ICT-competent te maken en dat de beste manier om tot die leeromgeving te komen is te investeren in docenten en in de gereedschappen die zij hebben.

Het lastigste punt is denk ik uiteindelijk de terughoudendheid, het conservatisme, het gebrek aan wíllen innoveren. En dat is toch een van de drie pijlers van innovatiekracht: willen innoveren, kunnen innoveren en mogen innoveren (Van Wetering, 2014). Willen innoveren gaat over de houding van – in ons geval – in eerste instantie de docent, de motivatie om te vernieuwen. Het is een mindset, maar een vrij hardnekkige.

16

Bron: Van Wetering, 2014

Vaak hoor je dat het onderwijs zich niet moet laten beïnvloeden door de waan van de dag. Sommige innovaties gaan echter verder dan die waan en hebben wel degelijk een grote impact: mobiel internet, sociale media en tablets, je kunt ze niet op de gang achterlaten. Jongeren omarmen deze als eersten. Het is hun natuurlijke omgeving. En daar hebben wij wat mij betreft uiteindelijk maar mee om te gaan. Zij zijn immers te toekomst, niet wij, en wij moeten ze daarvoor klaarstomen en begeleiden over de nu nog deels ongebaande paden.

De tweede pijler, kunnen innoveren, heeft te maken met vaardigheid en kennis. Gelukkig is Avans, waarschijnlijk net als andere instellingen, bezig om dit te verbeteren. Zo zijn er scholingstrajecten waarin ook mediawijsheid een thema is, en tijdens ‘leerlijnenmiddagen’ krijgen ook docenten les in het gebruik van sociale media, smartboards en andere ICT-mogelijkheden. Hier is overigens nog voldoende ruimte voor verbetering, getuige de reacties op internet. Daarom denk ik dat het ook belangrijk is om collegae die nog minder vaardig zijn, op sleeptouw te nemen en te begeleiden.

17

Bij mogen innoveren, de derde pijler, gaat het om organisatiekenmerken als ruimte krijgen om te experimenteren, zoals wij dat ook van studenten verwachten. Bij ons zit dat wel goed. Alle leidinggevenden zijn voor, ik krijg samen met de andere pioniers alle ruimte om te proberen en te blijven schoppen tegen heilige huisjes die soms van gewapend beton lijken, en stukje bij beetje gaan er ook wel dingen veranderen. Maar zoek de grenzen op, ga in de aanval en niet de verdediging, en verleg je grenzen.

Ik denk dat we genoodzaakt zijn om het beeld dat we hebben van onze taak, studenten iets leren, moeten herzien. Want als alle kennis in de cloud is en je de beste colleges kunt bekijken op je iPhone, dan wil je gewoon een fijne plek net goede wifi om te studeren en andere studenten ontmoeten (Doornstra, 2014). Voor een deel ligt die infrastructuur er al (denk aan het Eduroam-netwerk), maar ook hier is nog ruimte voor verbetering: smartboards in alle lokalen (zo ver zijn wij helaas nog niet), stroom in collegezalen, voldoende pc-werkplekken en – niet onbelangrijk – docenten die hier gebruik van maken.

Is er wel behoefte aan verandering?

Een belangrijke vraag is echter of er wel behoefte is aan al die veranderingen. Moeten wij als onderwijsinstelling digitalisering en ICT opdringen aan onze studenten én docenten? In 2012 ben ik afgestudeerd aan de Universiteit van Tilburg (Tilburg University voor de jongeren, de KUB voor de ouderen), en bij mijn afstudeeronderzoek heb ik gekeken naar het gebruik van sociale media in de communicatie tussen de universiteit en haar studenten (Doove, 2011).

18

De belangrijkste conclusie is dat studenten weliswaar heel actief zijn op de sociale netwerken, maar dat zij hun ‘professionele media’ strikt scheiden van hun ‘privékanalen’.  Voor hun communicatie met de universiteit gebruiken ze liever de e-mail, formulieren op de websites of de telefoon, terwijl ze sociale media als Facebook en Twitter gebruiken voor hun informele contacten.

Aan de andere kant is vernieuwing meer dan sociale media. Er zijn legio tools en moderne middelen die los staan van je online identiteit en toch van toegevoegde waarde kunnen zijn (ik herinner u graag aan applicaties als Socrative en Slottr). Bovendien gaat het niet alleen om het gebruik van sociale media (het gebruik van Facebook zal wel snor zitten), maar ook om de klassieke mediawijsheid: het gebruik van voetnoten, regelafstand instellen, de juiste informatie op de juiste plek kunnen vinden. Maar dan moeten de docenten het natuurlijk ook kunnen.

Interessant detail was overigens dat studenten die ICT-toepassingen en sociale media al veel gebruikten bij de vakken die zij volgde, beduidend positiever waren. Mogelijke oorzaak is de ‘lack of habituation’ of het gebrek aan gewenning. Wat de boer niet kent, dat vreet ‘ie niet, heb ik de eerste keren ook gemerkt bij het gebruik van Socrative. Om die gewenning te bewerkstelligen, is het wellicht juist van belang om consequent en met een lange adem aan de slag te gaan met vernieuwingen. Bij docenten is dit overigens niet anders: aan de ene tafel de groep oudgedienden die al klagend opmerken dat “het” voor hen allemaal niet meer hoeft, terwijl aan de andere kant de groep docenten elkaar tips geven en ideeën uitwisselen (Van Ravenstein, 2009).

Bovendien kunnen technologische ontwikkelingen ook stof voor in de les zijn. Als ik naar onze opleiding kijk, gaat het bijvoorbeeld om dingen als de opnames van de mishandeling in Eindhoven die op internet zijn gezet. Of andere  filmpjes die met mobiele telefoons zijn gemaakt en tot een ware heksenjacht leiden op internet. Wat zijn de juridische gevolgen hiervan?

Of wat te denken van technologische ontwikkelingen die een hele sector op zijn kop zetten? Denk aan de mp3 in de muziekindustrie of Bitcoins in de bankenwereld. Hoe zit dit juridisch in elkaar? Het gaat bij ons dus niet alleen om het gebruik van ICT als lesmethode, maar ook de gevolgen van ICT in de maatschappij door een juridische bril.

Uit verschillende onderzoeken en experimenten blijkt overigens ook de meerwaarde van ICT in het onderwijs. Studenten vinden het vaak een prettige afwisseling en de motivatie groeit als zij de computer kunnen inzetten bij het verwerken van de leerstof. Het is een goede ondersteuning bij verschillende leerstijlen en (actieve) werkvormen en je kunt differentiëren door ‘feedback op maat’ te geven.

Overigens is dat in lijn met de leerpiramide van Bales. Waar wij nog te vaak in de vorm van ‘college’ en ‘zien en horen’ bezig zijn, biedt ICT in de klas mogelijkheden om zelf met de leerstof aan de slag te gaan en te discussiëren over ontwikkelingen in het werkveld.

19

Afsluiting

Ondanks alle ‘maren’, komma’s (en dat zijn er veel, want juristen houden doorgaans van lange zinnen), haken en ogen, blijft het juridisch werkveld niet achter. Ze hobbelen wellicht achter de rest van de wereld aan, maar het zijn niet voor niets de juristen die in de vorm van de Hoge Raad het laatste woord hebben in Nederland.

Moeten wij als juridische opleiding op dat laatste woord wachten? Nee. Er zijn voldoende nuttige, leuke en leerzame vernieuwingen te vinden waar je direct mee aan de slag kunt. Waarom gaan we die niet meteen gebruiken? We bereiden onze studenten immers voor op de toekomst, de samenleving van morgen.  Daarom kunnen onderwijsinstellingen baat hebben bij het versterken van hun eigen innovatiekracht, zodat zij altijd in staat zijn tijdig in te spelen op  veranderingen die zich voordoen en mogelijkheden die zich aandienen.

Maar innoveren brengt veel onzekerheden met zich mee die weerstand kunnen oproepen. Begrijpelijk want het is bij de start van een innovatietraject nog niet duidelijk of de innovatie ook daadwerkelijk waardevol zal zijn of niet, maar als je het werkveld een stapje voor bent, plukken onze studenten daar over een paar jaar alleen maar de vruchten van.

We hoeven studenten niet gelijk hun collegegeld met Bitcoins te laten betalen, alle lessen via MOOC’s te laten plaatsvinden en iedereen verplicht een iPad aan te laten schaffen. Rome was ook niet gebouwd in één dag en hetzelfde geldt voor veranderingen met verstrekkende gevolgen voor je lesmethode. Het zit ‘m in de kleine dingen. Maar de tijd dat we alles op de ‘ouderwetse’ manier kunnen doen, is ook voorbij. ICT is dus een prachtig hulpmiddel, ook omdat het afwisseling teweeg brengt.

Maar goed, een echte jurist verander je niet zomaar, en dat is prima. Misschien is het ook beter als zij in eerste instantie stevig in de klei blijven staan, want met je hoofd in de wolken is het lastig recht te spreken. Met je hoofd in de wolken raken kan altijd nog.

Als zij zich dus bezig houden met de juridische gevolgen van ontwikkelingen in de maatschappij, dan blijf ik bezig met het gebruik van ICT in mijn lessen. En wat mij betreft zien de klaslokalen er binnenkort dus niet meer zo uit:

20

… maar zo:

21

Ik dank u voor uw aandacht!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *