Lieve Sint,

Ik weet dat ik laat ben met deze brief, maar er is iets dat mij nogal dwarszit. Naar mijn bescheiden mening ben ik helemaal niet veeleisend en vaak zelfs een beetje altruïstisch. Ik maak met plezier gedichten van vijf pagina’s en deel graag pepernoten uit terwijl ik geschminkt en in een felgekleurd pak over straat ren. Ik weet best dat het u bij ook crisis is, dus ik doe dat allemaal vrijwillig.

Mijn gedrag is echter geen afspiegeling van mijn wensenlijstje. Ik deel die taai-taaie pepernoten niet voor niets uit, ik hoef geen afgezaagde gedichten terug, en heb al helemaal niets met rode lippenstiftzoenen van Zwarte Pieternellen (ik noem ze daarom graag mijn Pieterdellen).

Is het nu zo veelgevraagd om een keer een kant-en-klare paper in mijn schoen te leggen? Een samenvatting door mijn brievenbus te duwen? Een kratje bier in de koelkast te zetten? Of gewoon de keuken en toilet in mijn studentenhuis schoonmaken? En hoe groot zijn 6 ECTS nu werkelijk? Ik ben snel tevreden, maar in plaats van strooigoed had ik liever wat tegoed op mijn bankrekening gekregen.

Weet u wat het is, lieve Sint? Ik begin een beetje aan u te twijfelen. Tot mijn zevende jaar gaf u altijd wat in wenste nadat ik een liedje had gezongen voor de deur, maar sindsdien blijft uw gulheid beperkt tot slecht gerijmde gedichten (ouderdomskwaaltje?) en chocolademunten (u weet dat ik daar niets van koop?). En alleen op 5 december.

Ik hoop dat u volgend jaar weer gewoon uw bestaansrecht eer aandoet, anders rest mij niets anders dan uw echtheid en oprechtheid definitief in twijfel trekken…

Vriendelijke groet, knuffel en kroel van deze lieve jongen

Deze blog is ook verschenen in het magazine en op de website van Univers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *