Waarom ik voor wiet pas

“Hasjies!” klinkt het in mijn oor. “Gezondheid!” Glazig en met kleine ogen word ik aangekeken, alsof er op een reactie van mij gewacht wordt. “Het is wat hè, die hooikoorts, kierewiet word ik er van. Al die plantjes, het zou verboden moeten worden!” De man komt met zijn gezicht dicht naar mij, haalt diep adem en probeert het nog ens: “Hé, psst, wietpas kopen?”

Die drugskoeriers worden ook steeds luier; ze komen je wiet niet eens meer brengen! Ik besluit vol wietpassie en met bijdehanden te reageren.“Allereerst vind ik het niet fijn dat u mij met uw wietpastoor, gij verspreider van het woord van Wiet. Maar heeft u korte lijntjes, anders heb ik er sowieso geen trek in”. Geïrriteerd vraagt de jongeman of ik zijn werk niet serieus neem. “Ik maak geen lijntjes en neem geen trekjes.”

Stonedicijns vervolg ik mijn betoog. “Nobel dat u probeert de enige economische sector die geen last heeft van de crisis probeert te redden. Echter, de pas past niet in mijn portemonnee; ik heb al een AH hamsterpas, de IKEA studentenpas, en een Twietpas om campustweeter te kunnen worden. In mijn persoonlijke koffieshop, de Espla, heb ik daarnaast als vaste klant geen pas nodig om als verslaafde in mijn caffeïnoholische behoeftes te worden voorzien. Verder was ik pas nog op het balkon in mijn studentenhuis, en mijn huisgenoten blijken daar in de nodige groenvoorziening te voorzien. Bovendien vind ik Bassie en Adriaan ook zonder wiet leuk. Ik denk ten slotte dat ik geen wietpas krijg. Ik heb onlangs een bewijs van goed gedrag bij de gemeente gekregen, en het systeem kan geen bewijs van goed én van slecht gedrag printen.”

 Tevreden pak ik mijn spuit, pilletjes en poeder. “Nee, ik denk dat ik voor de wiet pas. Ik heb ’t al drug genoeg.” 

Deze column is ook verschenen in Univers magazine en op de website van Univers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *